Begrijpelijk van A tot Z

Authorised Economic Operator (AEO), (EU):

Certificaat dat aangeeft dat je bedrijf ā€˜in control’ is van de (douane)goederenstromen.

Het bedrijf beschrijft volgens welke procedures gewerkt wordt en heeft een vorm van borging (bijv. audits).

Aantoonbaar moet zijn dat men ā€˜compliant’ en conform veiligheidsinstructies blijft werken.

AEO - F:

AEO Full (C & S)

AEO - C:

AEO Customs

A

AirWayBill (AWB):

Deze luchtvrachtbrief denkt het gehele traject vanaf luchthaven van vertrek tot luchthaven van aankomst.

AEO - S:

AEO Safety & Security

AES Amerika:

Het Automated Export System (AES) is het geautomatiseerde systeem voor het indienen van exportaangiften van

Amerikaanse verladers.

AES EU:

voor export het Automated Export System (AES)

AFV:

Algehele Fiscaal Vertegenwoordiging

AGP:

Accijns Goederen Plaats

AGS:

Aangifte Systeem

AID:

Algemene Inspectie Dienst

Airline terminal fee:

Als vergoeding voor het afhandelen van de vracht wordt voor alle luchtzendingen een terminalvergoeding van een

luchtvaartmaatschappij in rekening gebracht.

AMS:

Het Automated Manifest System (AMS) is een elektronisch informatietransmissiesysteem dat wordt beheerd door de

Amerikaanse douane en grenspolitie. Vaak als er een AMS opgemaakt moet worden dient er ook een ISF gedaan te

worden.

Anti dump:

In bepaalde gevallen heft de Douane een antidumpingheffing. Deze heffing bestaat om ervoor te zorgen dat producten

op de Europese markt niet tegen een (te) lage prijs worden verkocht. Zo’n antidumpingheffing wordt ingesteld op

verzoek van de Europese markt. De Douane heft deze anti dump bij de invoer. Let op vaak is er een verlaging mogelijk

indien de exporteur is toegelaten.

AO/IB:

Administratieve Organisatie en Interne Beheersing

AO/IC:

Administratieve Organisatie en Interne Controle

APS:

Algemeen Preferentieel Systeem (Engels: GSP)

APSAWB-nummer:

Dit staat voor Air Waybill nummer. Elke vrachtbrief heeft een eigen vrachtbriefnummer. Dit maakt het voor vervoerders

gemakkelijker om orders toe te wijzen.

ATA

Carnet ATA: Admission Temporaire-Temporary Admission

ATR

Associatie Turkije, douanedocument in de handel tussen EU lidstaten en Turkije, vrijstelling van invoerrechten

AV/S B

Actieve Veredeling (Schoringssysteem)

AV/T

Actieve Veredeling (Terugbetalingssysteem)

B

B/L

Bill of Lading – ā€œvrachtbriefā€ zeevracht (ook wel genoemd connossement).

BAL:

Beveiligingsadviseur Luchtvracht

Beladingsgraad:

Het percentage van het beschikbare laadvermogen of laadvolume dat daadwerkelijk wordt benut. Dit kan in afstand uitgedrukt worden (aantal KM), gewicht (aantal KG) of in kubieke meters.

Belastbaar gewicht:

Dit is het gewicht dat wordt gefactureerd. Er wordt onderscheid gemaakt tussen het bruto of werkelijke gewicht en

het volumegewicht. Het hoogste gewicht wordt in rekening gebracht.

BFV:

Beperkt Fiscaal Vertegenwoordiging

Bill of Lading (BL):

Het verschepingsdocument dat oorspronkelijk uitsluitend voor verschepingen (verladingen) per zee wordt gebruikt.

Blank Sailing:

Ook wel een blanco afvaart is een afvaart die is geannuleerd door de rederij, wat kan betekenen dat een haven wordt

overgeslagen of dat de hele reeks wordt geannuleerd. Blanco afvaarten kunnen voortkomen uit verschillende redenen.

Blind Shipment:

Een blinde zending is wanneer de ontvanger van een zending niet weet wie de afzender is.

Blokpallet:

EƩn van de meest gebruikte palletsoorten. Deze pallet heeft een afmeting van 100 bij 120 cm. De term industrie

pallet wordt ook wel gebruikt.

BOI:

Met een BOI kun je een beschikking krijgen van een individuele EU-lidstaat over de herkomst van uw goederen.

Bonded Goods:

Goederen die in een Bonded warehouse worden opgeslagen.

Bonded Warehouse (entrepot):

Een opslagplaats voor nog niet ingeklaarde, aan invoerrechten geheven goederen.

Brandstoftoeslag:

Brandstoftoeslag, ook wel Diesel Olie Toeslag (DOT) genoemd, houdt in dat extra kosten voor brandstof door de

klant moeten worden betaald. Het bedrag is afhankelijk van de olieprijs. Deze toeslag is ingevoerd vanwege prijsontwikkelingen

op de energiemarkt in de afgelopen jaren.

BTI:

Bindende Tarief Inlichting.

BTW NR:

Elk bedrijf dient voor de BTW geregistreerd te zijn.

BTW:

Belasting Toegevoegde Waarde.

Bunker Adjustment Factor (BAF):

BAF houdt rekening met scheepsbrandstof en fluctueert op basis van de prijs van olie.

C

C AIN:

Een CAIN is een door de douane toegewezen importeurnummer. Als een importeur importeert in de VS als een geregistreerde

buitenlandse importeur en hij heeft geen EIN, dan kan er een CAIN aanvraagt worden.

Buitenlandse importeurs die zonder EIN in de VS importeren, hebben een CAIN nodig.

Cargo Ready Date (CRD):

De datum waarop de op de lading naar verwachting beschikbaar zal zijn voor het laden.

Carrier:

Is de partij die de lading vervoert.

CBM:

CBM is een meetvolume dat je vaak ziet in verband met lucht- en LCL-zendingen of bij een FCL zending om aan te

geven hoever de container gevuld is.

CBP (Customs and Border Protection):

Het CBP onderzoekt de invoerdocumenten van een zending en selecteert zendingen voor onderzoek.

CDS Customs Declaration Service:

Customs Declaration Service (CDS) is het nieuwe elektronische systeem van de Britse overheid voor het afhandelen

van douaneaangifteprocessen.

CDW:

Communautair Douane Wetboek.

Certificaat van Oorsprong (CvO):

Het certificaat van oorsprong (afgekort CVO) is ƩƩn van de preferenties certificaten. Bij export naar bepaalde landen

moet een certificaat van oorsprong worden overlegd als de waarde voor een vrijstelling wordt overschreden.

Bij export naar landen waar een preferentieel akkoord bestaat, gelden met een dergelijk certificaat lagere of geen

douanerechten.

CFS (Container Freight Station) Cut-off:

Een CFS-cut-off is de datum waarop een LCL-zending in het CFS moet worden gecontroleerd voordat de zending kan

vertrekken.

CFS (Container Freight Station) Fee:

Een containervrachtstation (CFS) is waar LCL-lading worden geconsolideerd (bij oorsprong) en deconsolidatie

(op bestemming). De CFS rekent een vergoeding voor deze service, gebaseerd op het volume van de lading.

CFS (Container Freight Station):

Een container vracht station is een magazijn dat gespecialiseerd is in het consolideren en deconsolideren van lading. Een CFS kost altijd extra.

Chassis:

Een chassis is een stuk vrachtwagenuitrusting dat wordt gebruikt voor het vervoeren van FCL-zendingen.

CIM:

Voor internationaal treintransport gebruik je de internationale vrachtbrief CIM voor de afspraken tussen vervoerder en afzender. CIM staat voor ā€˜Contrat de Transport International ferroviaire des Marchandises’. De CIM-overeenkomst regelt wat er in de spoorwegvrachtbrief moet staan. De verantwoordelijkheid voor de vrachtbrief ligt bij de afzender. Het document bevat dwingend recht. Dit betekent dat je de regels moet volgen. Als je afwijkt van de regels mag je geen beroep doen op afspraken uit het COTIF-verdrag. Dit is het overkoepelende verdrag voor het internationale spoorwegvervoer.

CITES:

CITES is een internationale overeenkomst tussen regeringen. Het doel is ervoor te zorgen dat de internationale

handel in exemplaren van wilde dieren en planten het voortbestaan van de soort niet in gevaar brengt.

CIV:

Commercial Invoice.

CMR:

CMR staat voor ā€˜Convention Relative au Contrat de Transport International de Marchandises par Route’ de term

vrachtbrief wordt ook regelmatig gebruikt. In dit document staan alle gegevens in over het goederentransport per weg.

De CMR moet dan ook altijd aanwezig zijn in het voertuig tijdens het transport.

Co-Loader:

Een co-loader consolideert LCL-zendingen.

Collo / Colli:

Een pakket of verpakkingseenheid van goederen die als geheel verzonden wordt. Colli is het meervoud van collo.

Commercial Invoice:

Een handelsfactuur is een document dat wordt gebruikt voor de douaneaangifte, samen met de paklijst of voor de

verzekering van je goederen. Beide kan je kan je makkelijk en snel organiseren via Explect Online.

Consolidatie:

Het combineren van diverse vrachten in ƩƩn verzending om zo te besparen op de transportkosten. In het wegtransport

en in de zee- en luchtvracht, wordt dit ook wel groupage genoemd.

Container:

Een speciale bak voor het vervoeren van vracht. De bak is stevig en stapelbaar. Een bekend voorbeeld van een container

is een zeecontainer. De meeste containers zijn 20 voet of 40 voet lang bij 8 voet hoog, maar ook andere hoogtes

worden steeds gebruikelijker zoals 45, 48 en 53 voet lang. De maximale hoogte is 9,5 voet. Het vervoeren van containers

over de weg, wordt container Trucking genoemd.

Onder de incoterms kennen we ook diverse die beginnen met een C CPT, CIP, CFR en CIF.

Continuous Customs Bond:

Een douanegarantie is vereist om goederen in de Verenigde Staten te importeren, als een vorm van verzekering om

de Amerikaanse schatkist te beschermen. Een doorlopende douanegarantie dekt al uw importzendingen gedurende

een jaar.

COO: (Country of Origin)

Land van herkomst is de bepaling voor handelsdoeleinden waar uw goederen worden vervaardigd of geproduceerd.

Customs Bond:

Is een juridisch document dat bevestigt dat alle vereiste invoerrechten, invoerrechten en belastingen zijn betaald in

Amerika.

Customs Broker:

Een douane-expediteur is een agent die importeurs en exporteurs helpt bij het opstellen van documenten voor het

inklaren van goederen door de douane.

CY (Container Yard) Cutoff:

Containerwerven hebben een uiterste datum waarop een container moet zijn ingeladen om op het geplande schip

te worden geladen.

D

Demurrage:

In het nederlands vertaald overliggeld wordt in rekening gebracht als de container niet vóór de Laatste Vrije Dag is

opgehaald in de haven.

Detention:

In het nederlands vertaald detentie, ook wel per diem genoemd, is een vergoeding die in rekening wordt gebracht

voor de extra dagen dat een container buiten de haven is buiten de vrijedagen.

Dieplader:

Een bepaald type oplegger die gebruikt wordt voor het transport van hoge (ondeelbare) voorwerpen. De laadruimte

is extra laag bij de grond, zodat een hogere lading meegenomen kan worden. Er wordt meestal voor een dieplader

gekozen wanneer het transport met een gewone oplegger hoger zal zijn dan toegelaten door het verkeersreglement

of wanneer er problemen kunnen optreden bij het onder doorrijden van bruggen.

Dock/ laad- en losdock:

Een plaats in of tegen een gebouw waar een vrachtwagen kan laden en lossen. Hierbij is de laadruimte van de vrachtwagen

vaak op dezelfde hoogte als de vloer van het dock, zodat er direct geladen en/of gelost kan worden.

Doorvoer:

De goederenstroom die op weg van het ene naar het andere land over Nederlandse grond wordt vervoerd, maar in

het bezit blijft van het buitenland. De doorvoer maakt dan geen deel uit van de Nederlandse invoer en uitvoer.

Duty drawback:

Belastingteruggave, of ook wel een Drawback, is een exportstimuleringsprogramma waarmee Amerikaanse importeurs,

exporteurs en fabrikanten bepaalde rechten, belastingen en vergoedingen die zijn betaald op geĆÆmporteerde

goederen of in eigen land geproduceerde aroma-extracten, medicinale of toiletpreparaten, geheel of gedeeltelijk

kunnen terugvorderen, gebottelde gedistilleerde dranken en wijnen.

DV

Directe Vertegenwoordiging – machtiging van opdrachtgever voor de in- uit klaring van goederen

(alleen in NL gevestigde opdrachtgevers)

DV1

(alleen in NL gevestigde opdrachtgevers)

E

EFTA (EVA)

European Free Trade Association (Nederlands: EVA landen).

EIN (Employer Identification Number):

Een EIN wordt door de Amerikaanse federale overheid gebruikt om bedrijfsentiteiten in de VS te identificeren.

Eori:

Economic Operator Registration and Identification Een registratie- en identificatienummer voor marktdeelnemers is

een registratie- en identificatienummer van de Europese Unie voor bedrijven die goederen in of uit de EU importeren

of exporteren.

EU-A:

Uitvoeraangifte – naar landen buiten de EU maar wel binnen Europa (voorbeeld EVA landen, Turkije en UK).

Europallet:

Standaardpallet met het formaat 120 bij 80 centimeter.

EX-A:

Uitvoeraangifte – naar niet Europese bestemmingen.

Expediteur:

Dat is Explect de organisator van het verzenden van goederen tussen de verlader en de daadwerkelijke vervoerder of

transporteur. De expediteur regelt het transport voor zijn klant. Het regelen van transport door charters van A naar B

heet expeditie. Binnen de Expediteurs kennen we verschillende soorten. Explect word vaak geplaatst onder de zogenoemde

Digitale Expediteur of Next Gen Expediteur.

Export Declaration:

Een uitvoeraangifte is een document dat wordt ingediend bij uitvoer naar de uitvoerhaven.

Export License:

Een exportvergunning geeft iemand het recht om een exporttransactie van beperkte of gecontroleerde goederen uit

te voeren.

Express Bill of Lading:

Naast de originele B/L – een meestal in drievoud uitgegeven document – vraagt de praktijk ook om variaties hierop, zoals de Express (Release) Bill of Lading. Daarbij drukt de vervoerder op verzoek van de afzender de originele (papieren) B/L niet af, maar deelt hij een digitale kopie met de afzender.

External Transit (T1):

De regeling extern douanevervoer maakt het standaard mogelijk dat niet-Uniegoederen van het ene punt naar het andere binnen het douanegebied van de Unie worden vervoerd, zodat douanerechten en andere heffingen worden geschorst. De T1 verwijst meestal naar het eigenlijke document dat deze beweging mogelijk maakt.

EXW:

Onder de incoterms kennen we ook de incoterm EXW.

F

FCA FAS FOB:

Onder de incoterms kennen we ook de incoterm FCA, FAS, FOB. Je kan ons sheet ook downloaden over incoterms.

FCL ( Full Container Load):

Als ƩƩn partij genoeg goederen aanbiedt om een complete container te vullen, wordt er gesproken van een ā€œFull Container

Loadā€, met andere woorden een volle container.

FIOD:

Belastingdienst / Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst.

FTL (Full Truck Load):

Dit wordt ook wel een ā€œcomplete ladingā€ of ā€œvolledige ladingā€ genoemd. Hierbij is een vrachtwagen volledig gevuld

met een lading die naar ƩƩn ontvanger wordt vervoerd.

FYCO:

Fysieke Controle door de douane.

G

GN

Gecombineerde Nomenclatuur (Vo. EEG nr. 2658/87) ook bekend als HS-code.

Golden week:

De Gouden Week is een Chinese feestdag in oktober.

Groupagerit (Groupagevervoer):

Ook al is er geen officiĆ«le benaming voor, betekent groupagevervoer net zoveel als ā€œhet vervoer van samengevoegde

zendingen, in het algemeen afkomstig van meerdere verzenders naar meerdere ontvangersā€. Anders gezegd: bij

groupagevervoer worden de pakketten en/of pallets van meerdere partijen in ƩƩn vrachtwagentrailer vervoerd om zo

tot een volle(re) trailer te komen en hiermee te besparen op de transportkosten.

GSP

General System of Preferences (Nederlands: APS)

H

HBL:

De House Bill of Lading wordt afgegeven door een freight forwarder of consolidatie-organisatie voor ƩƩn zending,

met de namen, adressen en specifieke beschrijving van de verzonden goederen.

HC:

High cube containers zijn 30 centimeter hoger dan de gewone standaard 20FT en 40FT containers. U wint dus in hoogte, en daarmee zijn deze containertypes uitermate geschikt voor lichtgewicht of volumineuze lading. High cube containers zijn in staal en aluminium beschikbaar in de types 40FT en 45FT.

HS and HTS codes:

Het geharmoniseerd systeem voor de omschrijving en codering van goederen, ook wel bekend als het geharmoniseerd

systeem van tariefnomenclatuur, is een internationaal gestandaardiseerd systeem van namen en nummers om

verhandelde producten te classificeren.

I

ICT

Intracommunautaire transactie.

IncotermsĀ®:

IncotermsĀ® zijn een overeenkomst tussen de verkoper en de koper, waarin wordt vastgelegd wie de betaling en afhandeling van goederen regelt. Onder de incoterms kennen we ook de incoterms Ex Works (EXW), Free Carrier (FCA), Free Alongside Ship (FAS), Free On Board (FOB), Carriage Paid To (CPT), Carriage and Insurance Paid To (CIP), Cost and Freight (CFR), Cost Insurance and Freight (CIF), Delivered At Place (DAP), Delivered at Place Unloaded (DPU), Delivered Duty Paid (DDP).

Intermodaal goederenvervoer:

Een combinatie van verschillende modaliteiten, zoals zeevracht en wegtransport, in dezelfde intermodale transporteenheid,

met opeenvolgende vervoerssoorten zonder dat bij de verandering van de vervoerswijze de goederen zelf

worden verplaatst. De goederen blijven bijvoorbeeld gedurende het hele transport in dezelfde container zitten. Deze

container wordt gedurende de rit niet geopend.

Intermodaal goederenvervoer:

Een combinatie van verschillende modaliteiten, zoals zeevracht en wegtransport, in dezelfde intermodale transporteenheid,

met opeenvolgende vervoerssoorten zonder dat bij de verandering van de vervoerswijze de goederen zelf

worden verplaatst. De goederen blijven bijvoorbeeld gedurende het hele transport in dezelfde container zitten. Deze

container wordt gedurende de rit niet geopend.

IR:

Invoerrechten.

ISF:

Een Importer Security Filing (ISF) documenteert 12 details over een zending die via de oceaan naar de Verenigde Staten

wordt geĆÆmporteerd. Het is vereist door de Amerikaanse douane en grenspolitie.

L

Laadeenheid:

Een gestandaardiseerde eenheid waarin een lading vervoerd kan worden. Voorbeelden hiervan zijn container, wissellaadbakken

en pallets.

LC:

Een kredietbrief, ook wel documentair krediet of bankierskrediet genoemd, is een betalingsmechanisme dat in de

internationale handel wordt gebruikt om een economische garantie van een kredietwaardige bank te verstrekken aan

een exporteur van goederen.

LCL:

LCL is een manier van verzenden over zee en wordt aanbevolen als jouw zending niet groot genoeg is om een container

te vullen.

LDM (laadmeter):

Een standaardmaat in het wegvervoer. Een laadmeter is 1 meter van de laadruimte van een vrachtwagen in de lengte. Door de breedte van een vrachtwagen van 2,40 meter komt 1 laadmeter overeen met 2,4 vierkante meter (2,40 meter breedte bij 1 meter lengte).

Lengtegoederen:

Lange objecten die vanwege hun omtrek niet binnen de standaard collo of colli mogen vallen, worden lengtegoederen

of ā€œbundelsā€ genoemd. Een voorbeeld van lengtegoederen zijn buizen, kokers en ladders.

LOI:

Een Letter of Indemnity (LOI) is een document dat door de verzender wordt verstrekt waarin staat dat de verzender

de verantwoordelijkheid op zich neemt voor eventuele schade of verlies veroorzaakt door contractbreuk.

Losplaats:

De plaats waar de goederen van een vrachtwagen zijn uitgeladen of gelost.

LTL:

LTL wordt gebruikt voor kleinere zendingen die niet zelf een vrachtwagen vullen.

M

MBL:

Een Master Bill of Lading wordt afgegeven door de vervoerder (eigenaar of exploitant van het schip) en vertegenwoordigt

de vervoerovereenkomst tussen de afzender en de vervoerder. Het is belangrijk op te merken dat de vrachtverlader

alleen een Master Bill of Lading ontvangt als ze rechtstreeks samenwerken met een hoofdtransporteur of

een expediteur.

MSDS:

Material Safety en Data Sheet.

Multimodaal (goederenvervoer):

Een MSDS is vereist voor alle gevaarlijke of zelfs potentieel gevaarlijke zendingen. De leverancier is verantwoordelijk

voor het aanleveren van alle hazmat-documentatie.

O

OB:

Omzetbelasting (zie ook: BTW)

Opslag:

Dit is het opslaan van goederen vaak is het in combinatie met overslag ook wel op- en overslag.

Overslag:

Het moment waarop de goederen van de ene vervoersmodaliteit op de andere worden overgezet of overgebracht.

P

Pallet:

Verhoogd platform om het tillen (liften) en stapelen van goederen gemakkelijker te maken. Pallets zijn meestal van

hout gemaakt en hebben vaak de afmeting: 100 bij 120 cm (blokpallet) of 80 bij 120 cm (europallet).

R

Ruilpallets

Europallets worden ook wel vaak ruilpallets genoemd. Omdat er statiegeld op de plaats zit dienen deze geruild te

worden. Heb je geen Europallets staan dan worden deze vaak doorbelast.

T

T1:

Voor het vervoer (van/naar) van niet-communautaire goederen (goederen van buiten de Unie).

T2:

Voor het vervoer (van/naar) van communautaire goederen.

T2LF:

Voor het vervoer van communautaire goederen naar een een andere EU bestemming, doch via ā€œniet Unieā€ gebied.

TAPA:

Transported Asset Protection Association

TEU:

TEU is de standaardmaat van een container en staat voor Twenty feet Equivalent Unit. Doorgaans is een container: 20

voet (ongeveer 6 meter = 1 TEU); 40 voet (2 TEU = 1 FEU).

U

Uitvoer:

Goederen die in Nederland zijn voortgebracht of gemaakt en naar het buitenland worden geƫxporteerd.

V

VAT:

Value Added TAX (in Nederland: BTW).

Verlader:

Een partij die zijn lading door een vervoerder laat transporteren; m.a.w. de klant van de logistiek dienstverlener.

Vrachtbrief:

De vastlegging van de overeenkomst over, van, voor het goederenvervoer. De verlader of opdrachtgever komt met de transporteur overeen dat de vervoerder een bepaalde lading in ontvangst neemt en deze vervoert naar het losadres waar de lading naartoe moet (naar de geadresseerde). Op de vrachtbrief staan de gegevens die nodig zijn om de overeenkomst uit te voeren. De vrachtbrief moet altijd in het voertuig aanwezig zijn tijdens het transport.

W

Wachturen:

Bij het laden en lossen van goederen is er bepaalde tijd vastgelegd dat er maximaal inzit. Vaak staat dit in de algemene voorwaarden aangegeven. Bij bijvoorbeeld een FCL zending heb je vaak 2 uur vrij voor laden en lossen. Stel je hebt 3 uur nodig om te lossen dan zal er 1 wachtuur in rekening gebracht worden.

Wederuitvoer:

Goederen die door Nederlandse distributiecentra worden ingeklaard en uitgeleverd aan andere landen. In tegenstelling tot de doorvoer, maakt wederuitvoer wel deel uit van de invoer en uitvoer omdat ze na binnenkomst in Nederland (tijdelijk) eigendom zijn geweest van een inwoner.

© 2026 BF Global Group K.v.K. 56569114
WE TAKE IT PERSONALLY

Offerte

Neem contact op met Penny

Penny van de Langenberg, Manager HR bij de BF Global Group
Penny van de Langenberg
Manager HR

Laat je gegevens achter

"*" geeft vereiste velden aan